Lotgevallen 58

Lotgevallen 58

STILTE

In de afgelopen weken vertoefde ik regelmatig in wachtruimtes van het Bravis ziekenhuis. Het waren eigenlijk heerlijke tijden. En wel hierom. Er klonk geen muziek. Wat bijzonder is, want in de wachtkamer van de tandarts, van de huisarts, in winkelstraten, in winkels, overal is muziek. Waarom eigenlijk? Ik heb daar geen antwoord op.  Voor mij hoeft al die muziek in de openbare ruimte dan ook niet. Ik zit alleen maar in de wachtkamer om te wachten op dingen die komen gaan. Het is een vorm van passiviteit die je zwijgend laat staren. Naar de grond, naar artikelen in een tijdschrift, naar de overbuurman. Het is een raar stil samenzijn. Je zit niet voor de gezelligheid bij elkaar. Iedereen hier heeft wat. Daar hoeft voor mij geen gezellig achtergrondmuziekje onder. De stemming verandert toch niet. En uiteindelijk voel ik me toch eenzaam. Want ik zit hier natuurlijk niet zonder reden.

 

Lotgevallen 57

Lotgevallen 57

ZUINIG

Ik lag in het ziekenhuisbed bij te komen van de operatie. Meer kon ik niet. Keek wat voor me uit. Naar de overbuurman. Wat heeft hij? Zo keek hij waarschijnlijk ook naar mij. Want iedereen heeft hier wat. En iedereen hier vangt flarden van andermans gesprekken op. Hij mag zo naar huis, wist ik. Daar kwam zijn vrouw. “Daar ben ik dan,” zei ze. “Ja,” zei hij, “we gaan weer. Gelukkig.” Ze pakte uit haar jas een opgevouwen plastic tas en sloeg hem open. “‘Voor je was,” zei ze. Ik zag dat het een tas van V&D was. Van V&D! Het warenhuis dat al tweeënhalf jaar dicht is! Hij ging op de rand van het bed zitten. Zij zette zijn slippers onder zijn bungelende voeten.  “Voorzichtig, hè,” zei ze en pas toen hij in zijn schoenen stond, vulde ze de tas met kleren. Ze is op die tas van V&D net zo zuinig als op hem, dat vond ik toen wel een mooie gedachte om te denken.

Lotgevallen 56

Lotgevallen 56

NAAM EN GEBOORTEDATUM

Het was half elf ’s ochtends. Ik meldde me in het ziekenhuis bij de balie van de afdeling Urologie. Ik was er voor de uitslag van een scan eerder deze week. Na een wederzijds goedemorgen vroeg de mevrouw achter de balie:

“Mag ik uw naam? En uw geboortedatum?”

Direct na het gesprek bij de uroloog moest er een operatiedatum gepland worden. Dat gebeurde op dezelfde afdeling, aan een tafeltje, vlak achter de baliemedewerkster. De planner schoof aan.

“Goedemorgen. Allereerst: mag ik uw naam? En wat is uw geboortedatum?”

Erna moest ik naar de afdeling Opname, voor verdere administratie. Daar aangekomen wilde de medewerkster eerst weten wat mijn naam was.

“En wat is uw geboortedatum?”

Een paar minuten later liep ik richting Anesthesie voor een intake ten behoeve van de operatie en narcose. Aan de balie vertelde ik waarvoor ik kwam. De vrouw knikte.

“Maar mag ik eerst uw naam. En dan uw geboortedatum?”

Even later werd ik binnengeroepen. Een verpleegkundige werkte met mij een vragenlijst af over mijn algemene gezondheid. De eerste vraag:

“Mag ik uw naam? En de geboortedatum is…?”

Toen we klaar waren droeg ze me over aan een collega in het kamertje naast ons. Zij zou uitleg geven over de daadwerkelijke opname. Het was even over half twaalf.

”Goedemorgen! Nou ja, het is bijna middag, geloof ik. Goed. Mag ik eerst uw naam en geboortedatum?”

 

Lotgevallen 55

Lotgevallen 55

HERFST

Ik werd vanmorgen wakker van verdriet. Waarschijnlijk omdat een droom het bij me achterliet. Ik dacht: ik kan erin blijven hangen, maar ik kan ook iets moois gaan doen. Om op te klaren besloot ik vroeg naar buiten te gaan, de tuin in. De herfstzon was daar al en die was drukdoende om het rood van de langzaam verkleurende wingerd nog roder te maken. Ik zag de laatste zonnebloemen, ze zijn er nog even. De nerven kleurden in het gele blad zwart. De grond geurde vochtig onder de al gevallen bladeren. Het is het seizoen van de vergankelijkheid. Omringd door de tijd liep ik door de tuin. De natuur is er altijd, ik ben er maar even, dacht ik. Mijn goede moed, die me weleens in de schoenen wil zakken, zakte toen niet verder, de grond in, nee, hij keerde terug. In het mooiste seizoen.

Lotgevallen 54

Lotgevallen 54

DE STAD LACHT ZACHT

In de net afgelopen feestweek van 750 jaar Roosendaal bespeelde stadsbeiaardier Toni Raats vaker dan normaal het carillon in de toren van de St. Jan.  Dat was een mooi cadeau. Ik heb altijd een zwak gehad voor carillonmuziek. Om te beginnen komt het altijd zomaar uit het niets. Je loopt nietsvermoedend door de stad en van het ene op het andere moment hoor je ineens die sprankelende tonen boven het straatrumoer uit. Alsof er dan een vleug van licht over de straten gaat. Het doet me denken vroeger, aan het moment dat je de bel van de ijskar hoorde als die op zaterdagmiddag je straat inreed. De lichte vrolijkheid die zich dan van je meester maakte. Want zo’n gevoel is het, als hoog in de St. Jan  het carillon klinkt. Het is de stad die naar je lacht. Niet uitbundig, maar zacht.

Spring naar werkbalk