Railroddels 10

Railroddels 10

Groot denken in het klein. Het zou zomaar een mooie titel kunnen zijn, maar het is meer.

Groot denken in het klein is het mogelijk maken om het werkelijke ‘grote’ leven na te bootsen in het klein. Klein is in dit geval Schaal H0, dus 1:87.

Het leven beweegt, en alles dient dus ook op werkelijke wijze te bewegen op piepkleine wijze.

Daar draaien radertjes voor in een mensenbrein, dat doet computers meedenken en helpen uitvoeren.

Het gebeurt allemaal in een op het oog verlaten fabriekspand, maar hier bedriegt de schijn.

Onder dit dak werken mensen, staan computers, testopstellingen en een koffieautomaat.

Dit verborgen spektakel spreidt haar armen als en inktvis uit over de wereld van het H0-spoor, en alles wat er aan vasthangt. Spoorweg-scenery is geen statisch beeld meer, maar een levend.

Hier gebeurt het, en Railroddels mocht het zien…

Sterker nog: Railroddels werd er stil van…

Fijn op het kerkplein

Fijn op het kerkplein

Morgen gaat Nispen dicht.

Het dorp wordt gesloten om open te staan voor de start van het NK Wielrennen.

Dat is nogal wat, maar de Nispenaren ondergaan het in rust en stille trots.

Vandaag was Nispen nog even open, en het Kerkplein waar beroemde wielernamen zich zullen verzamelen, is nu slechts afgezet met roodwitte linten.

Er staan fietsen, dat wel.

Voornamelijk het soort fiets dat de energie in zich draagt die ontbreekt in de benen van de pensionada’s op de terrassen van de Gouden Leeuw en Tivoli.

De zon trekt veel fietsers naar Nispen, zoals altijd.

De koele pintjes en de witte wijntjes trekken naar de benen, maar in Nispen blijf je nuchter.

Laat het circus van NK en media maar komen, laat het dorp maar dicht zijn.

Nispen ziet het wel.

 

En met genoegen…

Zonnesteek

Zonnesteek

Ik neem wat pauze tussen twee klussen door. In de zon.

Dat had ik misschien beter niet kunnen doen.

Want in mijn hoofd flitst ineens de term ‘Tupperware’.

Nogal vreemd, tijdens zo’n korte pauze in de zon…

Wat is het, dat de gedachte naar deze retrolijn vol plastic producten brengt, door mijn moeder vlijtig aangeschaft na een demonstratieavond in ons huiskamertje..?

Zijn het die typische kleurtjes, het vacuumwonder dat ze trokken..?

Of zijn het die ijslollyvormpjes, waarmee je zelf kennelijk de lekkerste ijsjes kon maken…

 

Dat is mijn moeder nooit gelukt. Echt lekker waren de ijsjes nooit, en onhandig te eten vanaf dat plastic stokje, wat ook nog eens dekseltje was.

Zou het dat zijn..?

Ik weet het niet.

Inmiddels wacht het werk weer. Ik ga op pad, ver van Tupperware.

 

Laten we het intussen maar op een zonnesteek houden…

Lotgevallen 49 – Leo Lotterman

Lotgevallen 49 – Leo Lotterman

TIEN KILOMETER

Je hoeft alleen maar de tien kilometer eronder te krijgen, zei ik tegen mezelf.  Niets en niemand anders. Alleen de tien kilometer. Ok. Ik startte in mijn eigen looptempo. Langzaam dus. Dat had ik geleerd op de beginnerscursus hardlopen. Maar na twee kilometer begon ik toch te twijfelen aan m’n snelheid, want ik werd alleen maar ingehaald, ik haalde zelf niemand in. Toen zette ik toch maar een tandje bij. Het werkte. Na een minuut of tien passeerde ik hardlopers die wandelden. Ja, dat krijg je ervan als je te hard van stapel loopt, zei ik wijs tegen mezelf en toverde een triomfantelijk glimlachje. Maar bij het bordje 7 kilometer verdween mijn glimlach. Mijn benen voelden als eikenhout. Recht vooruitkijken deed ik niet meer, dat maakte de weg naar de eindstreep alleen maar langer. Ik rende met het hoofd omlaag, ik zag alleen de weg vlak voor mijn voeten. Ik zag geen publiek meer. Tot ik de Molenstraat inliep, voor de laatste paar honderd meter. Toen was het voorbij. Het was 24 juni, warm en zonnig – de zomer was begonnen!

 

De Dravende Dichter

De Dravende Dichter

M’n ‘halve dagje’ betekende zo’n beetje de helft van de afstand van de Halve Marathon zwalken om en over het parcours.

Het was warm, en kenners zeggen dan wel dat het lekker loopweer was, maar op een terrasje dat ik een enkele keer aandeed, was het zonder meer aangenamer.

Dat pilsje dat ik had, dat hadden de lopers niet. De rust die ik kon pakken, dat konden de lopers niet. Lopers hebben één doel op dat moment:  hun eigen kunnen overstijgen.

En zo mijmerend zwalkte ik achter de finishlijn, en even dacht ik, bij het verschijnen van een lange gestalte vanuit de bocht voor het Raadhuis, dat het koele pilsje van daarnet, haar weg naar mijn bol gevonden had…

Het leek Leo wel. Leo, de dichter, mijn dichter…

Zie je hem normaliter lopen, dan zie je dat-ie loopt te denken. En nu denk ik dat ik hem zie lopen. Hard zelfs…

Als hij dichterbij mij komt ( o jee, zonder z’n bril…) zie ik dat het hem wérkelijk is. Ook mijn camera herkent hem en juicht van klik-klik-klik.

 

Leo Lotterman, vanaf nu de Dravende Dichter.

 

Petje af… 😉

Spring naar werkbalk